Toont 1 resultaat

Carel Visser

Carel Visser (Papendrecht 1928 – Le Fousseret 2015)

Carel Visser wordt gezien als één van de belangrijkste Nederlandse beeldhouwers van de 20ste eeuw en zijn werk kan zich nog steeds verheugen op (inter-)nationale belangstelling Zo was zijn werk in 2019 bij Kröller Müller Museum te zien na het jaar daarvoor bij Museum Beelden aan Zee te zien.
Visser was een Nederlandse beeldhouwer, tekenaar en graficus. Na zijn studie architectuur aan de Technische Hogeschool in Delft volgde hij aansluitend beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Om zich vervolgens na een studiereis in Engeland en Frankrijk in Amsterdam te vestigen.
Als beeldhouwer is Visser autodidact, hij is spelenderwijs tot de beeldhouwkunst gekomen. Als tiener maakte hij al objecten in hout en ijzer; lassen leert hij in het constructiebedrijf van zijn vader. Soms zijn het abstracte vormen, soms voorstellingen van mens en dier. Na een afgebroken opleiding tot architect en vervolgens tot tekenleraar kiest hij omstreeks 1950 voor het vrije kunstenaarschap, geïnspireerd door beeldhouwers als Constantin Brancusi, Alberto Giacometti, Julio González en architect en meubelontwerper Gerrit Rietveld.
Carel Visser creëerde aanvankelijk gestileerde, ijzeren vogelsculpturen en debuteerde met zijn eerste solo-expositie in 1954 bij Galerie Martinet in Amsterdam. Het werken aan steeds abstracter beeldhouwwerk wisselde hij af met een studiereis naar Sardinië mogelijk gemaakt door een beurs van de Italiaanse overheid. Na een verblijf als visiting professor aan de Washington University was hij door het ontvangen van een Nederlandse staatsbeurs in de gelegenheid om een studiereis naar Mexico te maken. Zijn kunstenaarschap in combinatie met buitenlandse studiereizen en docentschap vormde een goede basis om een aantal jaren aan de Koninklijke Academie in Den Haag en aan Atelier ’63 in Haarlem te doceren.
Internationale belangstelling voor Visser’s werk nam toe zo nam hij in 1968 werd Visser deel aan Documenta IV in Kassel. Zijn solopresentatie op de Biënnale van Venetië in 1968 ontving de prestigieuze prijs van de Amerikaanse David Bright Foundation. In hetzelfde jaar maakte Jonne Severijn een documentaire film over zijn werk.
Zijn werk is niet alleen ruim vertegenwoordigd in de belangrijkste museale collecties in Nederland maar ook daarbuiten zoals in de collecties van Tate Modern (Londen) en het Museum of Modern Art (New York). Gedurende zijn meer dan 60 jaar omvattende carrière had hij solotentoonstellingen in de musea van Amsterdam, Dordrecht, Eindhoven, Groningen, Den Haag en Rotterdam, maar ook in buitenlandse musea en galerieën, onder andere in Bristol, Düsseldorf, Glasgow, Hannover, Londen, Parijs en New York.