Toont alle 9 resultaten

Marian Plug

Marian Plug

Marian Plug attended the Rijksnormaalschool in the garden of the Rijksmuseum in Amsterdam. She studied graphics at the Academy of Fine Arts in Warsaw. In 1970 she completed her education at De Ateliers.

For her paintings she received the Jeanne Oosting Prize in 1985, in 1991 the Singer Prize and in 1997 a bronze medal at the International Festival for Painting in Cagnes-sur-Mer. In 2002 and 2006 a complete catalog of all oil paintings was published under the title “Marian Plug Paintings”. In 1986, the city of Amsterdam awarded her the Hans Jaffé Prize for her watercolors of the Nieuwmarkt area during the construction of the metro.

Her work is in leading museums such as the Stedelijk Museum in Amsterdam, Museum de Lakenhal Leiden, Centraal Museum Utrecht, the Bibliothèque Nationale in Paris and many corporate and private collections. Her long correspondence with writer and translator August Willemsen was fully published in 2014 by De Arbeiderspers in the Private Domain series, entitled Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen (“Keep these letters as your own drawings”).

Eenvoudige waarnemingen kunnen leiden tot verleidelijke schoonheid. Het landschap van Marian Plug is dromerig, murmelend. Marijke van Warmerdam laat klaarheid zien. Met een plens water.
Er zijn kunstvoorwerpen waarvan je zeker weet dat ze vanwege hun schoonheid en vanwege hun kunstigheid zijn gemaakt. Daarom verbluffen ze ook – zoals bijvoorbeeld een klein landschap van gekleurde pietre dure, in een slanke lijst van grijs marmer, dat ik deze dagen gezien heb in het museum Palazzo Madama in Turijn. Daar is verder geen theorie voor nodig. Het sierlijke ding, eind achttiende eeuw, was klein maar daardoor des te precieuzer. Je zag wat water glanzen, een heuveltje van groen met twee of drie bomen. Bij het water een figuurtje, ook ergens nog een klein gebouw, in de blauwe lucht een witte wolk: alles wat een landschap moet hebben stond erop. Een aquarellist maakt zo’n tafereel in een oogwenk. Deze figuratie was uit grillige stukjes dunne, vlakke steen in elkaar gezet, zo precies gesneden en glad geslepen dat ze naadloos in elkaar pasten – soorten halfedelsteen in heldere kleuren zoals jaspis, porfier, agaat. De schoonheid in dit landschap zit ‘m in de verbluffende luminositeit. Het is alsof het gesteente licht in zich draagt en uitstraalt.
Intussen bedacht ik dat in onze tijd dat soort bijna absurde schoonheid verdacht geworden is. Die kunstigheid wordt als oneerlijk beschouwd. Dat commentaar hoorde je over de schedel vol diamanten van Damien Hirst. Maar toch zie ik in het schilderij Stroom VII van Plug eerst en vooral de zachtaardige schoonheid ervan.

Marian Plug, Stroom VII, 1996. Olieverf op doek, 170 x 140 cm. Stedelijk Museum Amsterdam.

Het is een verbeelding die zij heeft gezien, lang geleden misschien, die toen bij haar is blijven hangen als een tafereel van zachte kleur van bladeren en ijle schemer dat uiteindelijk een schilderij werd. Toen dat gebeurde, kwam dat schilderij terecht in haar eigen handschrift (zacht, wollige toetsen kleur die wat murmelen) en in een strategisch schema. Op de voorgrond kabbelt het water. Daarachter verschijnt een decor van rechte bomen waaraan als losse vlokken het groen hangt – het lover lichtgroen, donkerder het naaldgroen, een geelgroen van gras. Van die verschillende kleuren groen (hier en daar nog donkerpaarse passages van schaduwen in het bos) vinden we reflecties terug in het gekabbel van het water. Het schilderij is zoiets als een ruimte van atmosferische kleurnevels geworden. Met andere woorden: het landschap is een interieur. Om die dromerige schoonheid te laten zien, die zij bij het schilderen zo heeft gezien en geformuleerd, heeft Marian Plug dit schilderij gemaakt. Zo vertelt zij over wat ze beleeft. Andere diepzinnigheden zijn er niet.

Rudi Fuchs – Plens (2015)